Periode onderwijs, hoe zit dat nu?

Wat is periode onderwijs en waarom vormen vrijscholen het onderwijs op deze manier?
In dit artikel vertel ik over de structuur, de periodevakken, periodeschriften en de toetsing van periode.

Periodeonderwijs + periodevakken:
Periode onderwijs betekent, dat de eerste twee lesuren van de dag, als de kinderen nog fris en fruitig zijn, hetzelfde vak gegeven wordt, voor 3 tot 4 weken lang. Je bent dus elke week 10 uur bezig met hetzelfde vak. Periode-onderwijs is leren, vertellen, creëren, rust, vreugde en intensieve arbeid.

De vakken, die op deze wijze onderwezen worden zijn:

Klas 1 en 2: Taal, Rekenen en Heemkunde
Klas 3: Taal, Rekenen (cijferen en geld), Heemkunde, Schrijven en Huizenbouw
Klas 4: Taal, Rekenen ( breuken), Aardrijkskunde (geografisch), Mens en Dierkunde.
Klas 5: Taal, Rekenen ( meten), Aardrijkskunde (economisch), Geschiedenis, Plantkunde.
Klas 6: Taal, Rekenen ( procenten), Aardrijkskunde ( mineralogie en geografisch), Geschiedenis.

Rudolf Steiner stelde deze hoofdthema’s voor alle leerjaren voor. Thema’s, die gekoppeld worden aan de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt. Door deze thema’s aan te houden, is er bij de leerlingen meestal een natuurlijk interesse voor wat er komt en wordt het gehele mensenwezen aangesproken.
Een voorbeeld is de periode ‘Breuken’ in klas 4. De leerlingen in klas vier zijn 8/ 9/ 10 jaar en maken een nieuwe ‘ik fase’ door. Het ik-beleven. Het kind trekt zich meer in zichzelf terug. Het gaat verschillen zien en merkt dat klasgenoten anders zijn. Het eigen gevoelsleven ontwaakt. Er volgen uiteenzettingen met anderen, met de daarbij behorende kritiek en oppositie. Er breekt iets in de kinderen en daarom past breukenonderwijs perfect bij deze leeftijdsfase, omdat de leerlingen van breuken weer gehelen mogen maken. Zo leren ze dat alles weer samen kan komen en geeft het rekenonderwijs een kleine houvast.

Taak leerkracht:
Op de basisschool zijn de periodevakken over het algemeen in handen van de klassenleraar. Aan het begin van het schooljaar stelt de leerkracht het perioderooster op. De leerkracht houdt daarbij rekening met het jaarritme in de natuur (bijv. geen plantkunde in de winter) en de jaarfeesten, maar zeker ook met periodedoelen en de ontwikkelingen in de klas.
In de bovenbouw, waar het onmogelijk is, dat één leraar al deze vakgebieden bestrijkt, worden de periodes door verschillende leraren gegeven.

De leerkracht bekijkt, voordat de periode begint, naar de periodedoelen en naar de vorige periodes in de klas. Zo kan hij of zij ontdekken waar nog herhaling of verrijking nodig is.
Er is geen methodeboek waar je kant en klare lessen vindt. De docenten hebben een grote vrijheid om de lessen zelf vorm te geven. Ze kunnen lessen bedenken die volledig bij de leerlingen passen. Natuurlijk zijn er kaders, ideeën, inspiraties en naslagwerken die geraadpleegd kunnen worden. We hebben op de vrijescholen bij een aantal periodes duidelijk lijnen: ” Zo doen wij dat hier.”

Vergeten:
Zodra een periode afgerond is, leggen we deze kennis naast ons neer, we vergeten het. Later, als we vaardigheden weer oppakken, kunnen we het uit onze herinnering ophalen. Dat kost moeite, maar omdat het moeite kost beklijfd de lesstof deze keer nog beter. Wat intensief beleefd, gemaakt, gedaan of geleerd werd, is tijdens het vergeten gerijpt en komt bij een volgende periode verdiept en verrijkt tevoorschijn.

Periodeschriften:
Alle inhoudelijke lesstof vinden we terug in de periodeschriften. In periodeschriften staat de verwerking van de lesstof, creatief en in woord. Daarnaast worden opdrachten verwerkt en maken kinderen kleurrijke tekeningen om de lesstof te laten beklijven. In klas 1-2-3 meestal nog klassikaal opgezet met sturing en hulp. In de oudere groepen wordt het steeds persoonlijker en maken leerlingen eigen notities en samenvattingen. In verzorging en illustraties is elk schrift uniek. Een prachtig naslagwerk van elke periode.

Toetsing:
Aan het einde van een periode toetst de docent altijd of de lesstof begrepen is.
Dat kan op verschillende manieren.
Op sommige scholen hebben ze proefwerken gemaakt, sommige docenten testen mondeling of laten een opstel maken. Ook kan een docent zelf een toets maken waarin zij zelf een keuzes maakt wat zij wil toetsen.

De kinderen zijn in de lagere klassen helemaal niet bewust van dit toetsmoment. Zij zien het vaker als een nieuwe opdracht. De docent zal het ook vaak niet benoemen als toets, maar kan wel veel informatie halen uit het gemaakte werk.

Verrijking, verdieping, vakoverstijgend:
Periodeonderwijs zorgt voor een enorme verrijking en verdieping, omdat je met een klas een onderwerp heel breed en gedetailleerd kunt behandelen. Daarnaast kun je meerdere interesses en talenten van leerlingen betrekken. Ook andere vakken kunnen deel worden van je periode. Het talige stukje kun je in feite overal toepassen, net zoals lezen, schrijven en rekenen, maar denk ook eens aan andere talen, gedichten of liedjes in het Duits en Engels.

Op deze manier wordt het periodeonderwijs een schatkamer vol met schatten. En elke leerlingen zal zijn eigen schatten eruit kiezen en hier mee aan de slag gaan. En de docent volgt de leerling en ziet waar hij in kan haken. Hoe mooi is dat!

Laat een reactie achter!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze website gebruikt cookies om optimale ervaring te bieden. Mocht je daar een bezwaar tegen hebben klik dan op lees meer. Lees meer.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close