De Vrije Juf

7 leuke manieren om een dictee te geven.

Ik was bezig met de voorbereiding van mijn taalperiode en wilde eens wat anders dan het standaard dictee. De kinderen vinden het saai en hebben daardoor weinig motivatie om de woorden te oefenen, de klas wordt er rommelig van en de oefening is niet meer effectief.

Ik ben op zoek gegaan naar verschillende werkvormen om een dictee te geven. Ik heb er 7 kunnen vinden of bedenken. Ik vind ze zelf erg leuk en kan niet wachten om ze de komende vier weken uit te proberen.


1.Sneeuwbaldictee:
Maak van tevoren blaadjes met de dicteewoorden erop. Zorg ervoor dat je evenveel blaadjes als leerlingen maakt. De kinderen pakken hun dicteeschrift. Je deelt de blaadjes met woorden uit en laat de kinderen het woord in hun dicteeschrift opschrijven. Vervolgens mogen ze van hun blaadje een prop (sneeuwbal) maken. Vertel hier wel bij dat ze moeten proberen het blaadje niet te scheuren (gebeurt in de loop van het dictee wel, maar dat is niet zo’n ramp). Vervolgens mogen ze hun sneeuwbal door de klas gooien! Als de sneeuwballen weer op de grond liggen pakken ze er eentje, die vouwen ze open en dat woord schrijven ze in hun dicteeschrift.

2.Dobbelsteendictee:
Iedereen heeft zijn eigen schrift op tafel liggen. Op het bord staat het volgende:
1 schrijf een woord met cht
2 schrijf een woord met -lijk
3 schrijf een woord met -ig
etc. etc.
Een leerling gooit met de dobbelsteen. Als de dobbelsteen valt op 3, dan schrijven de leerlingen een woord op dat eindigt op -ig.

3.Visueel dictee:
De leerkracht laat het woord zien, de leerlingen schrijven het woord op in hun schrift. Je kunt het visuele dictee moeilijker maken door de woorden kleuren te geven of gebruik te maken van verschillende lettertypes.

4.Het raaddictee:
De leerkracht zegt een zin, de leerlingen moeten het dicteewoord uit de zin raden en dit opschrijven. Hebben ze het juiste woord gekozen?

5.Loopdictee:
De leerkracht maakt tweetallen. Elk tweetal bestaat uit een schrijver en een loper. Op het bord staan de dicteewoorden geschreven. De loper leest het dicteewoord, loopt naar de schrijver en spelt wat de schrijver op moet schrijven. Het is de verantwoordelijkheid van de loper dat het woord juist wordt opgeschreven. Na 5 woorden wisselen de rollen.

6.Wie-van-de-4-dictee:
De leerkracht maakt een werkblad met multiple choice vragen.
Er staan 4 dezelfde zinnen, 1 woord is steeds anders geschreven. Drie zijn er fout, een is juist. De leerling kiest het woord uit dat hij of zij juist vindt en schrijft dat woord op in hun schrift.

Bijvoorbeeld.
a) De aap eet een benaan.
b) De aap eet een baanaan.
c) De aap eet een banaan.
d) De aap eet een bannaan.

7.Kriebeldictee:
De kinderen krijgen een wit blaadje. Ze pakken een kleurpotlood en kriebelen met grote lussen een kriebelkunstwerk op hun blad. Daarna pakken ze hun pen. De juf zegt het dictee woord, de klas herhaalt het woord. De juf schrijft het woord op het bord. Dan schrijft de leerling in een opening van een kriebel het woord meerde keren op, totdat het gat gevuld is. Je laat de kinderen 10 woorden schrijven. De andere openingen kunnen leuk ingekleurd worden.

In stijl van de kunstenaar Dubuffet maakten de leerlingen uit klas 1Bk en 1K deze tekeningen:
In plaats van kleurtjes, schrijven de leerlingen woordjes.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: