10 manieren om met paaseitjes te leren

Pasen is een perfect moment om speels leren in de klas te brengen. Met iets simpels als paaseitjes kun je verrassend veel leerdoelen oefenen: van getalherkenning tot breuken en van spelling tot woordsoorten. ENNN het is gewoon leuk en soms ook lekker!! Je kunt vilten eieren, gekookte eieren of chocolade eieren gebruiken.

Hieronder vind je 10 werkvormen met paaseitjes die je meteen kunt gebruiken in de klas, maar ook thuis!!


1. Getalherkenning met paaseitjes (klas 1)

-Getalbeeldvorming door paaseitjes neer te leggen, zodat je resultatief tellen kunt oefenen.
-Splitsrijtjes maken
-Paaseitjes gebruiken i.p.v. een telrekje.


2. Paaseitjes optellen (klas 2)

Geef leerlingen twee handjes paaseitjes.

Voorbeeld:
Hand 1 → 4 eitjes
Hand 2 → 3 eitjes

Vraag:
Hoeveel eitjes zijn het samen?

Extra leuk:
Gebruik verschillende kleuren eitjes voor verschillende aantallen voor leerlingen die je wil uitdagen


3. Paaseitjes minsommen

Vertel een klein verhaaltje:

“De paashaas had 10 eitjes.
Hij gaf er 3 aan de kinderen.
Hoeveel heeft hij nog?”

Laat leerlingen het uitspelen met echte paaseitjes.

Concreet materiaal helpt kinderen om aftrekken beter te begrijpen.


4. De paaseifabriek (in plaats van de dropfabriek

Zie mijn blog over De Dropjesfabriek, maar verander de dropjes in paaseitjes.


5. Breuken met paaseitjes

Gebruik verschillende kleuren paaseitjes.

Bijvoorbeeld:

10 eitjes totaal

  • 4 rood
  • 3 geel
  • 3 groen

Vraag:

  • Welke breuk is rood?
  • Welke breuk is geel?
  • Welke kleur is de helft?

Je kunt dit ook tekenen op een werkblad.


6. Sorteerspel met patronen in de kleuterklas

Laat leerlingen patronen maken met paaseitjes.

Bijvoorbeeld:

rood – geel – rood – geel

Of:

blauw – blauw – roze – blauw – blauw – roze

Vraag daarna:

“Wat komt hierna?”

Hiermee oefenen kinderen:

  • patronen herkennen
  • logisch redeneren

7. Spelling oefenen met paaseitjes

Schrijf woorden op paaseitjes.

Laat leerlingen de eitjes sorteren op spellingscategorie.

Bijvoorbeeld:

  • woorden met ng-geel
  • woorden met nk-blauw
  • woorden met sch- rood
  • woorden met au / ou- groen

De leerlingen trekken een eitje uit een zakje en moeten dan 3 woorden opschrijven uit die categorie.


8. Woordsoorten zoeken

Elk paaseitje is een woordsoort

blauw-zelfstandig naamwoord
roos- bijvoeglijk naamwoord
groen- werkwoord

etc.

Deel eitjes uit aan leerlingen en laat ze zinnen maken met elkaar. De leerling die werkwoord kiest, moet dus een passend werkwoord verzinnen bij de andere woorden die verzonnen werden.


9. Paasei dictee

Verstop paaseitjes in de klas of op het schoolplein.

Elk eitje is een categorie.

De leerlingen zoeken een eitje, lezen het en schrijven het op hun blad.

Daarna controleren jullie samen de spelling.


10. Het grote paasei-ren je rot dictee

Leg een aantal paaseitjes in de klas of op het plein

Maak tweetallen:

Een leerling rent, zoekt een ei en rent naar zijn of haar team genoot.
Die zoekt op welke categorie bij het ei hoort.
Samen wordt overlegd welk woord ze noteren.
Dan rent de volgende.

In de klas kijken jullie naar de woorden.

-Je kunt eventueel punten geven aan de lengte of moeilijkheidsgraad van het woord.


Laat een reactie achter!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Deze website gebruikt cookies om optimale ervaring te bieden. Mocht je daar een bezwaar tegen hebben klik dan op lees meer. Lees meer.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close