Vormtekenen

Vormtekenen is een vak dat voornamelijk op vrijescholen wordt gegeven.
Bij vormtekenen werk je met lijnen, rondingen en uiteindelijk (complexe) figuren. Wij werken vaak met bijenwaskrijt of Stockmar potloden. Hoe ziet het product er dan uiteindelijk uit? Zo dus:

Vormtekening klas 6, meetkunde (hier mag wel hulpmateriaal bij gebruikt worden)

Vormtekeningen worden gemaakt vanaf klas 1. Ze worden gemaakt zonder liniaal, passer of andere hulpmiddelen. Leerlingen werken met de vrije hand en vinden zo de balans in de tekening op een natuurlijke manier. De vormen worden vanuit de grote beweging gestart en worden dan steeds verder gepreciseerd. De vormen worden in eerste instantie met geel krijt neergezet. Hier kan naderhand met een donkere kleur overheen getekend worden. Zo kan de vorm gecorrigeerd worden. Ook is het de bedoeling dat de vormen in een vloeiende beweging op het papier worden gezet.

Waarom krijgen de leerlingen vormtekenen op de vrije school?
1) Vormtekenen stimuleert de innerlijke beweeglijkheid.
2) Je ontwikkelt er zintuiglijke en motorische vaardigheden mee.
3) De vormen die getekend worden, zijn de basis van het schrift.
4) Het maken van geometrische vormen legt de basis voor meetkundige vaardigheden.
5) Vormtekenen vormt het voorstellend denken.
6) Het wekt de fantasiekracht.

Conclusie:
Je maakt als het ware een verbinding tussen wat je ziet, ervaart, bedenkt en vervolgens op papier brengt.

De leerlijn:

klas 1) In de eerste klas wordt er begonnen met rechte lijnen. Van boven naar beneden, van links naar rechts, diagonaal, oplopend en wisselend in grootte. Naar verloop van tijd komen daar kromme lijnen bij. Uiteindelijk zal er een samenspel van deze twee ontstaan.

Dag 1 eerste klas. De rechte lijn oefenen op het bord.

klas 2) In de tweede klas begin je met de symmetrie van links en rechts. Aan de linkerkant wordt een lijn getekend. Aan de andere kant van de middenlijn wordt nu de rechter vorm in symmetrie getekend. Zo ontstaan uiteindelijk ook vlakken. Je begint met simpele rechte lijnen maar eindigt met vormen waarin krullen en bochten aanwezig zijn.

klas 2: Spiegelen

klas 3) In de derde klas wordt de symmetrie van boven en beneden erbij betrokken. Zo worden vormen van vier kanten benaderd. Ook kunnen leerlingen een cirkel en een lemniscaat uit de losse hand tekenen.


klas 4) In klas 4 worden knoopfiguren gemaakt. Deze kunnen symmetrisch of asymmetrisch van aard zijn. Belangrijk is dat de leerlingen leren begrijpen welke lijnen boven lopen en welke onder lopen bij de kruisingen. Als je dit goed kunt tekenen, krijgen de knopen diepgang. Keltische knopen worden veelvuldig getekend in deze klas.

Hier kun je goed zien hoe je de kruisingen vorm kunt geven.
Lemniscaat met kruising

klas 5) In de vijfde klas wordt er verder gewerkt met vlechtvormen. Gekoppeld aan de geschiedenislessen maken leerlingen vormen uit de Perzisch, Griekse en Indische tijd.

klas 6) In klas 6 worden islamitische vlechtvormen getekend. In de periode meetkunde wordt er wel gewerkt met passer, liniaal en geodriehoek.
De leerlingen leren cirkels te verdelen in 3,4,5,6,7,8 stukken. De leerlingen leren hoe gelijkzijdige driehoeken gemaakt worden en kunnen loodlijnen neerleggen. Ze kunnen creatief aan de slag gaan en maken de prachtigste vormen.



Laat een reactie achter!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:

Deze website gebruikt cookies om optimale ervaring te bieden. Mocht je daar een bezwaar tegen hebben klik dan op lees meer. Lees meer.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close