De 12 zintuigen

Met je zintuigen kun je horen, zien, voelen, proeven en ruiken. Maar in de antroposofie ontdek je opeens dat er 12 zintuigen zijn. Wow dat is wel een verschil? Welke zintuigen zijn dit dan en hoe zit dit dan in elkaar? Nou ik ga het je uitleggen 🙂

Dat er twaalf zintuigen worden onderscheiden hebben we aan Rudolf Steiner te danken. Het is belangrijk alle zintuigen te ontwikkelen, omdat de zintuiglijke waarneming de basis vormt voor onze relatie met onszelf, de omgeving en de mensen om ons heen. Wanneer we goed waarnemen, neemt de levenskracht toe en naarmate de gezondheid en levenskracht beteren, nemen we meer waar.

Hij onderscheidt drie groepen van vier zintuigen die achtereenvolgens in de drie perioden van zeven jaar kunnen ontwikkelen (0-7 jaar, 7-14 jaar en 14-21 jaar).

1. De eerste vier worden de onderste vier zintuigen genoemd, de fysieke zintuigen. Ze zijn gericht op de eigen lichamelijkheid. Het zijn de helpers om op aarde te komen en bezit te nemen van het lichaam (incarneren).

2. De tweede reeks worden de zielezintuigen genoemd. Deze zijn bedoeld om een verhouding als mens met de wereld te krijgen. Ze zijn omgevingsgericht.

3. Het derde kwartet worden de geestelijke of sociale zintuigen genoemd. Deze zijn bedoeld om dat wat innerlijk verborgen is te kunnen openbaren.

A. Fysieke zintuigen (0-7 jaar): 1. Tast-zin 2. Levens-zin 3. Zelfbeweging-zin 4. Evenwicht-zin

B. Ziele zintuigen (7-14 jaar): 5. Reuk-zin 6. Smaak-zin 7. Kleuren-zin 8. Temperatuur-zin

C. Geestelijke of sociale zintuigen (14-21 jaar): 9. Toon-zin 10. Woord-zin

11. Gedachtenzin 12. Ik-zin

Ik zal hieronder de zintuigen beschrijven en ook uitleggen wat er kan gebeuren met een kind als een van de eerste vier zintuigen niet prettig ontwikkeld zijn.

TASTZIN:

Bij tastzin gaat het om grensbeleving, gewaarwording krijgen, aftasten, beoordelen van kwaliteiten, oordeelsvorming, je omhult voelen, rekening houden met anderen.

Men helpt dit te ontwikkelen door een goede omhulling van het kind, behoedzaam en aandachtig huidcontact, prettige kleding, speelgoed van natuurlijk materiaal, gezonde voeding en een warme omgeving. Dit betreft vooral de fysiek verzorging. Daarnaast is van belang om het kind vertrouwen te geven, zelfvertrouwen te laten opdoen in het eigen lichaam en baas in eigen lijf te laten zijn. Het is van belang dat de verzorger zelf ook zijn grenzen aangeeft. De houding behoort respectvol te zijn: “ik ben ik en jij bent jij”.

Als de tast-zin niet goed tot stand komt ontstaat er op de eerste plaats angst om in de steek gelaten te worden. Bij een goede ontwikkeling ontstaat er een ‘veilig thuisgevoel’. Er kan een angst voor nabijheid zijn, angst om kwetsbaarheid te tonen, verlegenheid, weerloosheid en inslaapproblemen vanwege de onzekerheid. Kan het kind zijn grens goed onderscheiden of overschrijdt hij dit steeds bij de ander?

Je kunt het kind helpen met inwrijvingen, voetenbadjes, extra aandacht met aanrakingen, inbakeren en spelletjes met handen en voeten waarbij grensbeleving centraal staat.

LEVENSZIN

Jezelf als identiteit ervaren, ervaren hoe iemand zich voelt, waarnemen van pijn ( letterlijk en figuurlijk), onderscheiden van grote en kleine irritaties. Het is nodig voor innerlijke rust en geduld.

Als eerste is het van belang dat wat het lichaam ín gaat van goede kwaliteit is. Maar ook de omstandigheden daarbuiten dienen goed te zijn zoals warmte en goede kleding. Een goed ritme zorgt voor een regelmatige stofwisseling. Dit geeft basisveiligheid. Het kind heeft er veel aan als de ouder ook voor een goede levenszin (en moraliteit) zorgt. De slaap van het kind dient verzorgd te worden. In de pedagogiek mag een houding zijn waar ‘pijn’ niet erg gevonden wordt (een huiluurtje, een frustratie enzovoorts).

Is de levenszin niet goed ontwikkeld dan heeft het kind last van een slechte behaaglijkheid. Het kind komt onvoldoende in ruststand. Het kan zelfs lijken dat een kind een burn-out heeft. Dit kan leiden tot waarnemingsstoornissen. Het kind gaat twijfelen, ervaart schaamte, wordt hyperactief en heeft het gevoel ongewenst te zijn. Hij zal een hekel gaan krijgen aan rust en gaat frunniken, rennen, zoet eten etc. De bekende adhd- verschijnselen.

Hoe kun je helpen? Het kind moet zich geaccepteerd voelen. Ze lokken afwijzing vaak uit, maar door warm te reageren kun je met veel geduld het kind helpen. Ritmische massages werkend heilzaam bij deze kinderen.  Maar eigenlijk blijkt dat de houding van de ouders/verzorgers het belangrijkste is, iets waar we ons als ouders zelf in kunnen ontwikkelen. Het valt niet altijd mee om het kind met het nodige geduld en eerbied tegemoet te treden. Zo zijn onze kinderen ook voor ons weer kansen om ons te ontwikkelen.

ZELFBEWEGINGSZIN

Het van binnenuit bewegen, je ledematen en spierstelsel bewust en onbewust waarnemen, afstemmen in het sociale leven, gewaarwording van vrijheid, je flexibel en initiatiefrijk voelen, je doel waarnemen en je daarop richten.

Naast dat het goed is dat het opgroeiende kind zelf kan bewegen is het van belang om dat het in een omgeving opgroeit waarin bewegingen van anderen waargenomen kunnen worden. Ook hier is de kwaliteit weer van belang. Bewegingen zouden bijvoorbeeld vloeiend en niet te schokkerig moeten zijn. Spelletjes waarin beweging voorkomt zijn ook van belang. Huppelen, rennen, klimmen of dans. Goede nachtrust is ook belangrijk, evenals gewone rust overdag. Hulp bieden bij het overzien van situaties en bewust betrekken bij het gebeuren van alledag. Matigend, harmoniserend en overzichtelijk stilstaan bij emoties (in evenwicht brengen) waardoor het kind in zijn zielenleven een grondstemming van betrouwbaarheid, zelfstandigheid en consistentie krijgt.

Is de zelfbewegingszin niet goed ontwikkeld dan zie je een verminderde afstemming. Bij overbelasting of juist onderstimulering laten de complementaire impulsen het afweten en vermindert de fijne afstemming. Er kan sprake zijn van onderstimulatie als het kind te weinig tot eigen beweging kan komen of dat het nauwelijks in aanraking komt met activiteit van anderen in zijn omgeving. Op psychisch gebied kunnen indrukken ook te overweldigend zijn doordat het kind getuige is van relationele problemen. Waar zie je dit dan aan? Het kind mist soms letterlijk de souplesse om mee te komen in de bewegingen. Dit kan fysiek opgemerkt worden.

Hoe krijg je het kind weer in beweging? Letterlijk door extra beweging in te lassen in de dagelijkse activiteiten of het in aanraking te laten komen met goede bewegingen van anderen.

Bewegingstherapie, euritmie en ergotherapie zijn zinvol. Op psychisch gebied is het de kunst om het kind weer het overzicht te laten krijgen van de wereld om zich heen. Betrek het kind er vaker bij, leg oorzaak en gevolg uit of ga met het kind dagelijks dingen goed waarnemen. Wolvilten is ook een fijne activiteit om beweging te creëren in het kind.

EVENWICHTSZIN

Dit zintuig hangt nauw samen met de zelfbewegingszin. Het wordt ook wel het eindstadium van de eerste drie zintuigen genoemd. Evenwicht is nodig om te onderscheiden of we staan of liggen. Het helpt ons het verschil te beleven tussen boven-onder, links-rechts en voor-achter. Het helpt waar te nemen hoe we onszelf in evenwicht houden. Ook psychisch. Als de onderste ledematen in harmonie zijn met de bovenste helpt dit het afwegen, oordelen, het zoeken naar balans en de rechtvaardigheid.

Ten eerste kan er zich een achterstand ontwikkelen als de eerder genoemde zintuigen te weinig ontwikkeld zijn. Is er voldoende met evenwicht geoefend en of is de omgeving evenwichtig? Kunnen de verzorgers het kind vertrouwen schenken en de eigenwaarde stimuleren?  Waar zie je aan als dit zintuig zich niet goed heeft ontwikkeld? Er ontstaat een weerzin om er nog langer te zijn. “Was ik maar dood”, wordt dan gezegd. Dit kan voorafgegaan worden door faalangst en het missen van eigenwaarde. Op sociaal gebied lukt het niet en er is geen stabiliteit. Het centrale thema is het gemis aan evenwichtigheid, op lichamelijk en psychisch gebied.

Om kinderen te helpen met een achterstand kun je de voorgaande zintuigen goed proberen te ontwikkelen. Het is daarnaast ook belangrijk om vertrouwen te wekken, bijvoorbeeld creatief gebied. Ook is het goed om succeservaringen op te doen in de breedste zin van het woord.

Samenvattend:

Tastzin: geborgenheid- angst

(ik héb mijn lichaam)

Levenszin: welbehagen- schaamte/druk

(ik bén mijn lichaam)

Bewegingszin: gevoel van vrijheid- achteloosheid

(mijn lichaam is geen belemmering)

Evenwichtszin: uniciteit

(ik ben een ik) 

Het tweede viertal zintuigen zijn de vier poorten van de ziel met betrekking tot de verhouding van de mens tot de wereld. Ze zijn omgevingsgericht. Midden in die tweede leeftijdsfase van zeven jaar (7-14 jaar) zit zo’n moment dat het er op aan komt. “Is het echt wat ik zie, ben jij werkelijk diegene waarvan ik aannam dat je was?”, zijn vragen die het kind van negen innerlijk aan de ander stelt.  (lees mijn blog over ik-inslagen).

Deze vier zielezintuigen stellen het kind in staat om een onderscheid te maken tussen waarheid en valsheid. Dit heeft dus verregaande consequenties voor de persoonlijkheidsontwikkeling en daardoor voor de samenleving.

REUKZIN

De reuk is niet alleen het zintuig om letterlijk goed te ruiken maar ook figuurlijk nodig voor de moraliteit, ‘daar zit een luchtje aan’. Is een kind in de gelegenheid geweest om alle ‘geurelementen’ tot hem door te laten dringen? Ruiken is het naar binnen halen van de buitenwereld.

SMAAKZIN

De smaak geeft de psychische kwaliteit om onderscheid te kunnen maken tussen gezond en ongezond. Is iets zoet, zout, zuur of bitter? Kun je een bittere pil verdragen (net als de pijn van de levenszin)? Heeft iemand een goede smaak? Of is dit verminderd door ‘alle zoetigheid des levens’? Krijgt het kind in deze periode de normale kost voorgeschoteld, zowel in fysieke in als psychische zin?

KLEURZIN

Het zien geeft de mens het vermogen om te ‘denken in zijn ogen’. Het is een alomvattend zintuig, een basis voor innerlijke ontmoeting. Het zorgt voor een bewuste confrontatie met de omgeving. Heeft het kind ook dingen gezien die niet kloppen? Of dat mensen anders deden dan wat ze in woorden voorhielden? Het belangrijk dat het kind de waarheid en de eerbied ziet.

TEMPERATUUR ZIN

De warmtezin levert ons het vermogen om ergens warm voor te lopen? Het bepaalt mede de mate van initiatief nemen of de terughouding ten opzichte van de omgeving. Moed of lafheid. Zaten er in de opvoeding fysieke warmte-elementen, zoals warmte- en koude ervaringen met het eten, uit school komen en dan een kopje thee?  Maar ook de warmte tussen de mensen is van belang om dit mee te voelen en te ervaren. Kunnen de ouders een beetje knuffelen met elkaar en met de kinderen?

De laatste vier zintuigen zijn gericht op het innerlijke, het verborgene en dit openbaar maken.

TOONZIN

De gehoorzin is instrumentaal aan de muziek ontwaken. Aan de ene kant door muziek te horen en aan de andere kant door zelf muziek te maken. Maar muziek is nog iets anders dan de taal. Kun je tussen de regels door luisteren om te bevatten wat er eigenlijk wordt bedoeld? De toonzin wordt in de vroegtijdige ontwikkeling van het kind voorbereid door de evenwichtszin. Komt de jongere genoeg in aanraking met ‘de tonen’ in het leven? 

WOORDZIN

De woordzin zorgt voor het scheppende element. De voorbereiding wordt gemaakt met de bewegingszin. Is de jongere een spreker? Kan hij overtuigen met zijn idealen? In deze periode schrijven jongeren gedichten of spreken zij luidkeels wat zíj ervan vinden waarvoor ze willen gaan.

GEDACHTEZIN

De gedachtenzin is nodig om het gevoel voor de waarheid te ontwikkelen. En dat kan alleen maar via de pijnwaarneming (de levenszin). Steiner zegt: “Wijsheid is uitgekristalliseerde smart”.

“Wat is de zin van….?”, vragen jongeren zich op die leeftijd af. Ze verdiepen zich in filosofische vraagstukken en discussiëren met vrienden hierover. 

DE IK-ZIN

De ik-zin tenslotte scherpt het vermogen aan om waar te nemen of je een persoonlijkheid tegenover je hebt. Wie is de ander? Dit ontdek je door het gesprek waar wakkerheid bij nodig is. Neem je de ik waar bij de ander? De jongere is nu steeds meer zelf een persoonlijkheid. Het gaat om de fijne afstemming. Dit wil zeggen dat je weet waar de grenzen liggen bij de ander, hoeveel woorden jij kan zeggen om vervolgens de ander weer de gelegenheid te geven om iets te zeggen.

De ontwikkeling van de zintuigen gaat met vallen en opstaan. Het is het de verdere ontwikkeling van de ziel. Als de leeftijd van circa 21 jaar is bereikt ontwikkelt het IK zich verder door de klussen die het tegenkomt en opneemt. Dat 21ste jaar is een belangrijk moment in het leven van de mens. Is het ik voldoende ingedaald in de mens om verder te gaan? Is het IK aanwezig in de drie zielenkwaliteiten die als volgt omschreven kunnen worden:

1. Ben je oprecht en waar in het denken?

2. Ben je exact in het voelen, met nuchterheid?

3. Kun je staan voor wat je wilt, voor je daden en verantwoordelijkheden?

Bron: ´Psychiatrie, disbalans in de samenhang van de wezendelen´ door E. Beemster

Laat een reactie achter!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:

Deze website gebruikt cookies om optimale ervaring te bieden. Mocht je daar een bezwaar tegen hebben klik dan op lees meer. Lees meer.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close